Comunità di S.Egidio


 

15/02/2007


Een jaar na Hop

 

Vandaag precies een jaar geleden trok in Antwerpen een bonte betoging door de straten onder het motto 'Laat onze vrienden blijven'. De Hop-actie - Hoop op Papieren -, die op initiatief van de Sint-Egidiusgemeenschap een waaier van organisaties, scholen en verenigingen verzamelde, kwam op voor mensen zonder papieren die al jaren onder ons verblijven en goed ge�ntegreerd zijn. Met vijfduizend deelnemers was het een van de grotere optochten die de laatste tijd door Antwerpen trok. Vooral was het een van de warmste. Bijzonder was immers dat het niet alleen de sans-papiers waren die voor hun eigen rechten opkwamen, maar evenzeer veel autochtone Antwerpenaren die het opnamen voor hun klasgenoten, leerlingen, buren en vrienden. Het toonde een Antwerpen dat bereid is tot gastvrijheid en solidariteit en dat in schril contrast staat met het clich�beeld dat onze stad vaak, al dan niet terecht, met zich meedraagt.

De kracht van de actie bestond er ook in dat ze niet alleen gepatenteerde actievoerders, maar ook gewone burgers van uiteenlopende ideologische achtergrond - van linkse homobewegingen tot katholieke prolifers - op straat bracht. Vaak mensen van wie je dat niet verwacht: de Antwerpse bisschop Paul Van den Berghe trok natuurlijk veel aandacht, maar ook de toespraak van een 80-jarige dame van de Luchtbal maakte indruk.

De Hop-actie, waarvan ik woordvoerder ben, was het sein voor een breed maatschappelijk debat. Tegelijk stond Hop aan het begin van tal van betogingen, kerkasiel, en veel andere acties in heel Belgi�, die ijverden voor een brede regularisatie van uitgeprocedeerde asielzoekers en andere 'sans papiers'.

Waar staan we een jaar later? De federale regering liet vorige zomer een kans liggen om bij de stemming van een nieuwe asielwetgeving ook een overgangsmaatregel goed te keuren, die de verblijfssituatie van mensen en families die hier al jaren verblijven - deels legaal of semilegaal, in ieder geval gekend bij de overheid - zou hebben geregeld. Er werd dus voor die groep niets beslist. Wel behoudt de minister van Binnenlandse Zaken zijn discretionaire bevoegdheid inzake regularisaties, en die oefent hij ook mondjesmaat uit. Vorig jaar werden elfduizend mensen geregulariseerd, gewoonlijk personen van wie de procedure te lang heeft aangesleept of bij schrijnende humanitaire gevallen. Ik ken er enkele persoonlijk van en kan getuigen dat zo'n regularisatie vaak een win-winsituatie is: zowel voor de betrokkenen als voor de samenleving, die er dikwijls ambitieuze en getalenteerde nieuwkomers bijkrijgt. We moeten niet na�ef zijn: onder de illegalen zijn er ook misdadigers en personen die hoegenaamd niet ge�ntegreerd zijn. Maar het is niet terecht om daarom de hele groep te stigmatiseren. Wie opmerkt dat de Poolse moordenaars van Joe Van Holsbeeck hier illegaal verbleven, moet ook durven zeggen dat ook Oulemata, de vermoorde oppas van Luna, hier zonder papieren was. Om maar te zeggen dat onder de noemer 'illegalen' heel verscheiden mensen vallen.

Wat is het alternatief voor verder regulariseren, op een wijze die rechtvaardigheid, wijsheid en menselijkheid combineert? Massaal mensen uitzetten? Dat veroorzaakt niet alleen vaak schrijnende menselijke drama's, het voorstel is dikwijls gewoon niet realistisch. Kijk naar Nederland: daar lukte zelfs 'ijzeren' minister Rita Verdonk er niet in 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers terug te sturen. De nieuwe regering-Balkenende gaat nu over tot een algemeen pardon, een regularisatie volgens bepaalde criteria. Dat is geen capitulatie, dat is menselijk pragmatisme.

Ook bij ons hoor je stilaan andere geluiden, die een alternatief zijn voor het angstige discours dat de laatste jaren heerst over migratie. Open Vld pleit sinds zondag voor een einde van de migratiestop. Vlaams minister-president Yves Leterme erkende dat migratie een noodzaak wordt voor een samenleving die snel vergrijst. Waarom zouden we dan al die energie blijven steken in het wegsturen van mensen die hier inmiddels zijn ingeburgerd en die we morgen nodig hebben? Ook dat is een vraag voor de volgende federale regering.

Jan De Volder