Comunità di S.Egidio


 

29/02/2008


Halt aan de homo consumens

 

Vasten is tegendraads. Niet alleen staat het haaks op de constante incentives om te consumeren, het heeft ook een spirituele betekenis die nooit modieus zal zijn

Dit weekend is het 'halfvasten'. Dat roept bij velen vermoedelijk niet meer op dan de halfvastenfoor in Gent. En toch, momenteel beleven honderden miljoenen christenen wereldwijd een spirituele veertigdagentijd als voorbereiding op de Goede Week en Pasen. Tot voor kort zag het ernaar uit dat de zin daarvan voorgoed zoek was. In het beste geval restte een verhoogde aandacht voor het arme Zuiden. Natuurlijk niet onbelangrijk, maar roept vasten ook niet 'versterving' en 'zich iets ontzeggen' op? Maar zie, wat langs de achterdeur werd buitengekieperd komt langs de voordeur weer binnen.

De noodzaak om het met minder te doen dringt zich almaar meer op: van trager rijden tegen de smog tot de verwarming lager draaien op 'warmetruiendag' om bewuster om te springen met schaarse energiebronnen. Zelfs het traditionele 'vlees derven' wint onverwacht aan actualiteit, vanuit de wetenschap dat ontiegelijk veel grond in het zuiden wordt opgeofferd aan soja en andere veevoeders om onze veestapel in stand te houden.

Onze levenspatronen moeten zich aanpassen als we de aarde leefbaar willen houden. Dat inzicht leeft. Maar hoe zullen we daartoe in staat zijn? Hier kunnen de grote spirituele tradities een hand reiken: want wat een mens vanuit zijn hart doet, zal altijd effectiever zijn dan wat een overheid ons met stok en wortel tracht te doen naleven.

Het gaat er mij niet om het sociale nut van de veertigdagentijd te promoten. Vasten is immers altijd tegendraads. Niet alleen staat het haaks op de voortdurende incentives om meer te consumeren, teneinde de economie te doen draaien. Vasten heeft ook onweerlegbaar een spirituele betekenis die nooit modieus zal zijn: het zet een rem op ons ongebreidelde ego, onze agressiviteit, de plaats die we zelf innemen. Die 'oorlog tegen onszelf' is de moeilijkste van allemaal. Maar ze is geen doel op zich: ze helpt de andere - ja, ook de Andere - centraler te zetten. "Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; de arme zwerver opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder", zegt de profeet Jesaja.

Het is opvallend hoe die dimensie in alle religieuze tradities aanwezig is: moslims leggen zich tijdens de ramadan meer toe op de solidariteit met arme geloofsgenoten, ook het jodendom en het hindoe�sme kennen de link tussen onthouding en sociaal engagement. Inspirerend blijft het getuigenis van Mahatma Gandhi, die het hongeren beleefde als een vorm van geweldloosheid.

Geestelijke vrijheid

Tegenwoordig wordt het christelijke vasten vaak afgezet tegen de islamitische ramadan. Die zou veeleisender zijn, overtuigender. Is dat zo? Natuurlijk gaat het christelijke vasten met minder collectief gedrag, regels en zichtbaarheid gepaard. Jezus zelf spoort zijn volgelingen aan er niet mee te koop te lopen. Vasten voor christenen is niet in de eerste plaats iets van verboden naleven, wel van het nastreven van geestelijke vrijheid. Dat heeft ook te maken met een positieve kijk op het individu: het doet er namelijk toe wat ik in mijn hart geloof, welk gebaar ik als individu stel, welk gevecht ik met mezelf aanga om het gemeenschappelijke goed te laten primeren op eigen behoefte. Het kan na�ef klinken, maar ik denk dat zo'n vasten, als een onzichtbare onderstroom, onze wereld leefbaar helpt te houden - meer dan we op het eerste gezicht zouden vermoeden.

Hilde Kieboom